Steak tartaar: rood of wit of rosé

Eén van de meest gelezen artikelen op deze website is dat waarin ik bespreek welke wijn je het beste kunt drinken bij ossobuco. Het is blijkbaar een kwestie waar mensen een antwoord op zoeken. Een andere – persoonlijke – wijnspijsqueeste is welke wijn te drinken bij steak tartaar. Steak tartaar is een klassieker uit de Franse keuken die je maakt door fijngesneden (niet hakken!) rauw rundvlees te mengen met eierdooier en olijfolie, plus zure augurkjes, peterselie, ui, kappertjes en mosterd. En niet onbelangrijk: een paar drupjes worcestershiresaus en voor de liefhebber tabasco.

Steak tartaar met frites
Steak tartaar à l’AI

Sommigen doen er ketchup in, maar dat is omstreden. Te zoet, zou ik zeggen, en te Amerikaans. Niet dat ik iets tegen Amerika heb, maar het typisch Franse aan dit gerecht zijn juist de zure elementen. Maar misschien is die ketchup zo gek nog niet als je bedenkt dat het gerecht oorspronkelijk steak (of bifteck) à l’Americaine heette. Een benaming die je in Frankrijk nog wel tegenkomt.

Het is een gerecht dat niet iedereen bekoort, het bevat immers rauw vlees en een rauwe eierdooier. Ik geloof dat het zelfs een tijd verboden was om in de horeca rauw ei te serveren, maar dat is teruggedraaid. Van rauw ei ben ik nog nooit ziek geworden. Maar gebruik verse eieren, en pas op met ouderen en zwangeren. Een stuk jodenhaas of bavette leent zich goed voor dit gerecht. Oh ja, niet onbelangrijk, serveer er frieten bij!


Structuurformule van wijnsteenzuur

Maar waar het hier om gaat: wat drinken we erbij? Ik zou in ieder geval een Franse wijn kiezen. Omdat die natuurlijk het beste past bij een Frans gerecht. Franse wijn is over het algemeen wat zuurder dan niet-Franse wijn, ‘globaal gezien’. Dat zure is een fijne tegenhanger van het vettige, smeuïge karakter van steak tartaar. En de zuren in de wijn spoelen als het ware de mond schoon na iedere slok. Waarna je weer fris een nieuwe hap kunt nemen. De wijn mag echter niet erg zuur zijn, want dan wordt het totaal (gerecht plus wijn) te zuur.

Vanwege het smeuïge karakter zou ik een wijn met weinig tannines kiezen. Het droge van de tannines gaat niet lekker samen met de vettige, zachte kant van het gerecht. Weinig tannines betekent dus dat je liever geen houtgerijpte wijn kiest. Want hout geeft tannines af aan de wijn. En kies geen wijn van tanninerijke druiven zoals Cabernet Sauvignon. Een rode Bordeaux valt daardoor bijvoorbeeld af. Maar dat geeft niks, want die drink je juist liever bij gebakken rundvlees. Barolo valt ook af, maar die zouden we toch niet kiezen, omdat het geen Franse wijn is.

Tannines zitten trouwens in de schil, de steel en de pitjes van de druif. De schillen, en soms ook de stelen, worden bij het maken van rode wijn na het persen van de druiven niet verwijderd. Daardoor geven zij tannines af aan de wijn, en niet onbelangrijk: kleur. Het pigment zit namelijk in de schillen. Daardoor kan je van blauwe druiven rode wijn en rosé maken, maar ook witte wijn. Als je de schillen na het (voorzichtig!) persen niet laat ‘weken’ in de most, geven zij geen kleurstof af. En krijg je dus een witte wijn. Klinkt gek? De meeste champagnes zijn wit, en zijn vaak gemaakt van – onder andere – de blauwe Pinot Noir en soms de blauwe Pinot Meunier . Als er geen Pinot Noir of Meunier inzit, is de champagne een heuse Blanc des Blancs (wit van witte druiven, in dit geval Chardonnay). Maar we dwalen af.

Champagne is overigens een prima keuze bij de steak tartaar, want de zuurgraad, de extra frisheid vanwege de bubbels, het licht-fruitige, niet overheersende karakter en de subtiele aroma’s passen allemaal goed bij het gerecht. Maar champagne past door zijn profiel heel goed bij zeer diverse gerechten. Dus dit is geen nieuws. En geen spannende keuze, maar wel een lekkere. Steak tartaar is een bistro-gerecht – denk Parijs – en in zo’n omgeving past een glas champagne natuurlijk heel goed.

Als we de regels volgen van het food pairen, zoals dat tegenwoordig heet, dan kunnen we zoeken naar harmonie tussen gerecht en wijn. Dus is het gerecht smeuïg, zacht, vettig – ‘filmend’ zegt men in hogere wijnspijskringen – en een tikkie zuur, dan zoeken we daar een gelijkende wijn bij die filmend is en een tikkie zuur. Een zachte wijn dus, wat body mag best, een zuurtje, en niet veel tannines. Dat klinkt als rosé. De beste rosé’s komen uit Frankrijk, dus dat komt ons goed uit. Veel van die goede rosé komt uit de Provence. Door het warme klimaat aldaar is die rosé niet té zuur. En ze heeft body, 13 procent alcohol haalt ze gemakkelijk. Veel meer moet dat niet zijn misschien, maar onze steak tartaar kan dat wel hebben.

Champagne en rosé: dat klinkt goed! Maar de wijnspijsnerd in mij vertelt me dat die twee te gemakkelijk zijn. Uitstekende keuzes op zich, maar kan het spannender? Als je goed hebt opgelet, betekent dat dus dat ik graag een rode wijn zou vinden die bij steak tartaar past. Ik sla gemakshalve veel goede witte opties over. Zie hierboven bij rosé: zachte, niet te zure (maar wel Franse) witte wijnen met body passen allemaal goed.

Sommigen kiezen trouwens voor mineralige en behoorlijk zure witte wijnen, zoals Chablis of Riesling, en dat zou heel goed kunnen, maar dan kom je op gladder ijs. Deze wijnen zouden dan toch wel iets van restsuiker moeten hebben om hun zure karakter te ondersteunen. En die suikers kunnen, zeker in minder warme jaren, een probleem zijn. Althans, voor wat we hier zoeken. Een superstraffe Riesling schenk ik liever bij oesters of zuurkool.

Druivenpluk in de Beaujolais, 1930.

Een rode wijn die mij heel goed beviel bij steak tartaar was een Beaujolais. Een Brouilly, als ik me goed herinner. Dus geen Beaujolais nouveau, hoewel een goed gemaakte, niet te lichtvoetige, ook best zou passen.

Beaujolais (Frankrijk dus), het wijngebied onder Macon, Zuid-zuid-Bourgogne eigenlijk, waar geen Pinot Noir groeit, maar Gamay Noir. Een druif die geen zware, maar vrolijke, fruitige wijnen geeft, met een aangename zuurgraad en mineralige accenten (de Gamay groeit graag op stenige en zanderige bodems, dat proef je terug). En niet veel tannines. Kenmerken die dus harmoniëren met ons gerecht. Daarbij komt dat het fruitkarakter van deze wijn – denk aan kersen en frambozen – prima samengaat met de frisse, vlezige smaak van het gerecht. Waarom eigenlijk? Tja, dat is iets wat moeilijk te vangen is in wijnspijsregels. Je leest er ook weinig over. Maar dat fruitige karakter past blijkbaar heel goed bij eten in het algemeen.

Zo bezien zou een Pinot Noir ook wel passen, hoor ik je denken, maar rode Bourgogne is wellicht net een tikkie te zuur, (te) duur en heeft vaak te lang op hout gerijpt. Helaas. Als je die opentrekt, wil je misschien een wat sjieker gerecht en geen bistro-voedsel. Hoewel…

Sherry maakt herrie

Voor wie het nog niet wist: ik ben tegenwoordig actief onder de naam Sherryman (voor wie dat allang wist: hieronder vind je een wijnspijstip met de witte wijn Albariño).

Op dit blog zal ik zo nu en dan een stukje publiceren, als ik over wijn of wijn bij het eten – anders dan sherry – iets te melden heb.

Voor wie dat geklets over sherry bijna te veel wordt: hier volgt een wijnspijstip!

Onlangs maakte ik de in natte kranten (zien is geloven) gebarbecuede rode poon met citroengras, koriander en knoflook volgens een recept uit de hier eerder geprezen BBQ-bijbel van chefkok Julius Jaspers. Het in natte kranten grillen zorgt ervoor dat de vis langzaam gaar wordt (in ruim 20 minuten, afhankelijk van het type barbecue) en dat alle sappen van vis en kruiden bewaard blijven. Een delicate manier om vis te bereiden tijdens een bbq-sessie! Erg lekker erbij: Albariño, dat is witte wijn uit Galicië (een regio in Noord-West Spanje), gemaakt van de gelijknamige druif. Fris, rijp, delicaat, Riesling-achtig, met opwekkend citrusfruit dat mooi aansloot bij het citroengras in de poon. Goede Albariño is redelijk goed verkrijgbaar in Nederland. Het is niet de voordeligste Spaanse witte wijn, want de druiventeelt in het vochtige klimaat van Galicië is arbeidsintensief. Reken op minimaal €10. De beste Albariño’s kosten nog een stuk meer – ook in Spanje is de wijn populair en niet goedkoop.

Wijn bij het eten: tips en trucs

Twee jaar geleden schreef ik een stukje over het combineren van wijn en eten voor een – letterlijk uniek – kookboek. Het boek was een huwelijkscadeau en werd gevuld met favoriete recepten van familie en vrienden van het bruidspaar. Ik was eigenwijs en stuurde geen recept in, maar wat algemene tips over het combineren van wijn en eten, plus een top tien met een aantal van mijn favoriete combinaties. Ik kwam het stukje onlangs tegen in mijn digitale archief. Ook geschikt voor mijn blog, bedacht ik me. Ik heb het aangevuld met een kort stukje over het combineren van wijn met kaas. Met hulde aan het nog steeds gelukkig getrouwde bruidspaar.

Allereerst drie algemene regels.

De gouden regel: drink de wijn uit de streek waar het gerecht vandaan komt – voor zover bekend. Ik hoor de slimmerik al zeggen: we eten vanavond Mongools! Mongoolse wijn staat niet bekend om zijn hoge kwaliteit. We beperken ons hier daarom tot de gerechten uit bekende landstreken waar wijn gemaakt wordt. En dat zijn er toch heel wat (bij Mongoolse gerechten in het algemeen zou ik zeggen: drink thee of bier). Zonder dollen: drink bijvoorbeeld Chianti bij pastagerechten met tomatensaus, drink Rueda bij allerlei tapas van vis, drink Spätburgunder bij Duitse worst, Elzasser Riesling bij zuurkool, Malbec bij gegrild rundvlees (en sake bij sushi en bier bij de bitterballen).

De Bitterbal

De zilveren regel: hoe zwaarder de wijn, hoe zwaarder het gerecht of vice versa. Rood of wit maakt niet uit. Met zwaar bedoel ik een hoog alcoholpercentage, hoge viscositeit (‘dikke’ of ‘vette’ wijn o.a. door relatief veel glycerol), hoog op smaak en flink wat houtrijping. Zo dronk ik ooit een zware houtgerijpte Chardonnay uit Zuid-Frankrijk bij gestoofd wild zwijn, en dat ging meer dan prima. Voorkeur voor lichte rode wijn? Denk aan (gekoelde) Valpolicella bij salami bijvoorbeeld. Of drink gekoelde Pinot Noir of Oostenrijkse Zweigelt zonder hout bij een stuk tonijn of gegrilde witvis.

De bronzen regel: drink wijn die je lekker vindt bij ieder gerecht. Als je er ‘wijnspijstechnies’ niet uitkomt, kies dan in ieder geval een wijn die je lekker vindt. Als ‘ie niet goed past bij het gerecht: weer wat geleerd.

Speciale aandacht verdient het combineren van wijn met kaas: een mijnenveld. Er zijn heel veel soorten kaas, die sterk van elkaar verschillen in smaak, structuur (hard/zacht), rijping en – niet onbelangrijk – vetgehalte. Elke kaas vraagt om een specifieke wijn. Toch kan je een algemeen geldende regel aanhouden. Want hoewel met ‘met een kaasje en een rood wijntje op de bank’ niks mis is, is mijn tip: drink liever wit bij (de meeste) kazen. Witte wijn combineert vaak beter met kaas – vooral met zachte, vette kazen – dan rood met z’n tannines.

Blue_Stilton_A

De eeuwige port die vaak wordt gekozen bij kaas is op zich niet verkeerd, maar niet zo spannend, want met zijn hoge alcoholgehalte en suikergehalte, kan deze wijn iedere kaas aan. Dat is vooral op safe spelen. Eén niet-zoete wijn die goed combineert met alle kazen op de kaasplank bestaat namelijk niet. Maar port met de Engelse blauwschimmelkaas Stilton is natuurlijk niet voor niets klassiek. Dat is een spannende combinatie: het zoete fruit van de port met de pittige, zoute smaak van de kaas. Probeer trouwens ook eens roquefort met een Muscat de Rivesaltes.

Een klassieke combinatie van droge witte wijn met kaas is Sauvignon Blanc bij zachte geitenkaas (beide bijvoorbeeld uit de Loire – zie hier de toepassing van de ‘gouden regel’). En denk verder aan lichtere stijlen witte Bourgogne of andere Chardonnay bij de meeste zachte en halfzachte kazen. Dus ook bij brie en camembert. Nog twee klassiekers: Munster met Gewurztraminer (beide uit de Elzas) en belegen Goudse kaas met rode Bordeaux. Je ziet: iedere kaas vraagt om een andere wijn.

TOP TIEN

Als laatste een persoonlijke top tien die misschien inspireert, in willekeurige volgorde:

– In de pan gebakken bavette met rode Bordeaux ‘van de linkeroever’ (Saint-Estephe, Paulliac, Margaux etcetera, wijn met meer Cabernet dan Merlot).
– Pekingeend met (Duitse) Riesling Spätlese (dus niet Spätlese trocken).
– Alles van de barbecue maar liefst rundvlees met grote rode Australiërs of Argentijnen.
– Gefrituurde visjes en fruits de mer met manzanilla (uit Sanlucar) of fino (uit Jerez).
– Gegrild lamsvlees met Ribera del Duero.
– Asperges met Grüner Veltliner.
– Porchetta (in het Italiaans klinkt het minder zielig) met een grote rode Toscaan (met liefst vooral Sangiovese, maar Ornellaia mag ook – als je budget het toelaat).
– Oesters met champagne.
– Op de barbecue (liefst op cederhouten plank) gegaarde zalm met Côtes de Provence rosé of Pinot Noir.
– Walnoten-carameltaartje met zoete passito op leeftijd.

En vergeet niet: bij pizza drink je bier.