De Sherrykuur – deel 4

In de jaren ‘70 ligt het zwaartepunt van het aantal artikelen over de sherrykuur in de eerste vier jaar (1970-1973). In de jaren 1974 tot 1980 verschenen er in de landelijke en regionale kranten slechts acht artikelen met daarin het woord sherrykuur. Gemiddeld is dat nog geen anderhalve vermelding per jaar. De berichtgeving over het dieet is dan inmiddels voornamelijk negatief.

Voedseltekort

In de Leeuwarder Courant van 30 maart 1972 vinden we een artikel (zonder auteursvermelding) met de kop ‘Sherrykuur niet zonder gevaren’. De kop is een citaat en verwijst waarschijnlijk naar een onderzoek van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Omdat het dieet volgens het artikel ‘de laatste tijd zo sterk in de belangstelling staat’, heeft het Voorlichtingsbureau het dieet ‘geanalyseerd’. De conclusie: het dieet bevat niet alleen heel weinig calorieën (het artikel noemt een totaal van ongeveer 800 per dag; nog minder dus dan de ruim 900 die ik in Deel 1 van deze reeks schatte), maar ook te weinig vitamines, koolhydraten en eiwitten. Hierdoor wordt ‘de normale voedingsbalans verstoord’. Het artikel noemt het geen dieet, maar een ‘voedseltekort’.

Stille drinksters

Op 28 oktober 1972 pakt De Telegraaf groot uit, met een artikel van ongeveer een halve pagina onder de kop ‘Er komen steeds meer Stille Sherry-drinksters’. Hoewel de krant in het voorafgaande decennium meestal luchtig en positief schreef over het sherrydieet, slaat deze nu alarm. Aanleiding hiertoe is een landelijke bijeenkomst in Den Haag van Anonieme Alcoholisten. Een woordvoerder van deze organisatie: ‘de huidige sherry-cultus is een gevaar voor de latente alcoholisten onder de Nederlandse huisvrouwen’.

Dit artikel gaat niet over het sherrydieet, maar over de (vermeende gevaren van de) populariteit van deze drank, vooral onder vrouwen. Strikt genomen valt het dus buiten het aandachtsgebied van deze reeks over de de sherrykuur. Maar het is interessant genoeg om te bespreken. Het werpt namelijk een ander licht op de sherrykuur.

Verslaggever Martin Deelen doet in het artikel interessante observaties over het imago van sherry in die tijd:

Uit gesprekken met Anonieme Alcoholisten komen als belangrijkste factoren [voor de populariteit, MvH] naar voren: Sherry heeft, in tegenstelling tot b.v. jenever, een onschuldig image. Het is „een net drankje”. Mensen die voor geen goud ’s morgens om halftwaalf met een glas jenever in de hand gezien willen worden, nemen op dat tijdstip rustig enkele glazen sherry tot zich. Dé drank op de keurigste receptie is sherry. Alsof er geen 14-22 pct. alcohol in zou zitten… Misschien heeft het iets met onze nationale hypocrisie te maken. Wat schuilt er nou voor kwaad in zo’n glaasje goudgele sherry? Puur natuur, niet waar?

In 1972 was sherry zeer populair in Nederland, je zou kunnen spreken van een hype. Op zich was het drinken van alcohol niet iets nieuws, maar het zou kunnen, zoals De Telegraaf schrijft, dat het ‘onschuldig image’ bijdroeg aan de populariteit van sherry. Waarschijnlijk was het imago ook wat minder alledaags dan dat van bier en jenever. Sherry was chiquer, exotischer, modieus.

Wellicht werd in de jaren zestig van de vorige eeuw het drinken van alcohol op diverse momenten in brede lagen van de bevolking normaler dan voorheen. De stijgende welvaart was hiervoor waarschijnlijk verantwoordelijk. De emancipatie van vrouwen zorgde ervoor dat ook zij vaker alcohol dronken. Zij kozen dan niet voor bier en jenever, maar voor sherry.

Die verworvenheid stuitte wellicht bij bepaalde mannen op verzet. Als het artikel in de Telegraaf over het AA-congres één ding duidelijk maakt, dan is de bezorgdheid die bij sommigen bestond over het drinken van alcohol door vrouwen, en vooral het drinken van alcohol door vrouwen zonder dat daar mannen bij aanwezig waren.

Martin Deelen in De Telegraaf:

om aan sherry te komen hoeft men geen drempelvrees te overwinnen. Men kan het vooral in de grotere steden „anoniem” kopen. De vrouw die er niet aan zou denken ’s morgens bij de officiële drankhandel binnen te stappen, neemt gewoon samen met haar andere boodschappen uit de supermarkt een paar flessen sherry mee. Of ze koopt ze bij de groenteboer en vaak zelfs bij de slager. Bovendien is er veel goedkope sherry: voor een tientje koopt men drie flessen.

De heer Jan Alderwereld, bestuurder van AA Nederland, zegt over het drinken van sherry:

het is een cultureel tijdsverschijnsel, vooral veroorzaakt door de ook financieel grotere vrijheid van de meeste vrouwen. Wij kennen vrouwen die twee tot drie keer op een dag met een tientje in de hand naar verschillende winkels strompelen. Jazeker, er zijn vrouwen die zo’n negen flessen sherry per dag drinken‘.

De bestuurder van AA noemt de ‘financieel grotere vrijheid’ van de meeste vrouwen als oorzaak voor de toename van de sherryconsumptie.

Het artikel geeft geen concrete cijfers over alcoholgebruik door vrouwen. Er worden slechts een aantal individuele gevallen genoemd. De Telegraaf maakte zich duidelijk zorgen over de combinatie ‘vrouwen en alcohol’. De heren verslaggever en AA-bestuurders hadden weinig vertrouwen in een goede afloop van deze combinatie. Sterker nog, de dames moesten worden behoed voor de ‘ziekte’ die alcoholisme heet. Alderwereld legt uit:

Die onstuitbare drang tot drinken leidt vaak tot een vereenzamingsproces, en voert dan van kwaad tot erger. Veel vrouwen drinken omdat ze zich niet geaccepteerd voelen, ouder en minder aantrekkelijk worden, vanwege de onverschilligheid van hun man en om tal van andere psychische redenen. Er zijn ook heel wat jongere vrouwen die door allerlei frustraties aan de drank raken. Erg verontrustend allemaal, maar we mogen niet vergeten dat het om een ziekte gaat, die in alle rangen en standen kan toeslaan. Veel vrouwen beschouwen sherry als een soort frisdrank. Ze bespeuren het gevaar pas als ze helemaal in de puree zitten.’

Veelzeggend zijn ook de drie getekende illustraties met bijbehorende tekst onder de kopjes ‘Uit verveling’, ‘Voor gezelligheid’ en ‘Voor de inspiratie’. Dat zijn de drie belangrijkste redenen waarom vrouwen sherry drinken, is de boodschap van de tekenaar. Zo’n beetje alle clichés over drank en vrouwen worden hierin bevestigd. De sherry drinkende vrouwen zijn óf getrouwd maar eenzaam, óf alleenstaand (‘ongehuwd’ heette dat toen nog), en ze werkten meestal niet. Ze drinken in hun eentje of tijdens de ‘koffievisite’ die ze elke dag bij elkaar afleggen.

Sherry krijgt de schuld

Ik kan alleen maar raden naar de exacte bedoelingen van de krant. Want die staat niet bekend om zijn moralisme ten aanzien van een bourgondische levenswijze. Integendeel. Misschien dat de vaak conservatieve Telegraaf een beeld wilde schetsen van losgeslagen vrouwen, die zonder man in de buurt, niet kunnen omgaan met alcohol en dus te veel gaan drinken. Het feit dat er in het geheel niet gesproken wordt over alcoholisme onder mannen impliceert dat dat geen probleem is. Volgens De Telegraaf althans.

Onder het artikel heeft de krant trouwens een advertentie geplaatst voor cognac! Als je dit alles bij elkaar beschouwt, zou je met de blik van nu bijna denken dat het artikel een 1 april grap betreft. Maar het is bloedserieus.


Voor ons is het artikel interessant omdat het laat zien dat niet alleen de sherrykuur verantwoordelijk was voor het negatieve imago van sherry. Ook de populariteit van sherry an sich onder (zich emanciperende) vrouwen zorgde voor een reactie bij mannen die het alcohol drinken door vrouwen niet zagen zitten. Dat zorgde voor een voortdurend belachelijk maken van vrouwen die drinken, en de sherrykuur met het cliché van de ‘pimpelende huisvrouw’ paste goed in dit beeld (wat natuurlijk ook nog impliceert dat de vrouw vooral huisvrouw was, of zou moeten zijn).

Een voorbeeld van de sherrykuur die de schuld krijgt van het alcohol drinken door vrouwen lezen we in maart 1973 in Trouw . Een dame die een dieetclub leidt, ‘komt de sherrykuur veel tegen’. Zij heeft het vermoeden dat deze kuur veel vrouwen ‘aan de drank’ heeft gebracht. Haar eigen dieet, zonder drank, is uiteraard beter.

In De Volkskrant van 28 juli 1979 vinden we een korte bespreking van het boek ‘Overmorgen begin ik…’ dat gaat over de worsteling van (vooral) vrouwen met afvallen. ‘Voor wie al weet dat de sherrykuur hoogstens tot alcoholisme, niet tot duurzaam gewichtsverlies leidt worden hier de meer psychologische methoden om het gewenste figuur te bereiken op rijtje gezet’,  schrijft de recensent. De boodschap is duidelijk.

Negatief of lollig

In de jaren 80 komt de sherrykuur nog steeds af en toe voorbij in de dagbladen. Dat gebeurt op de dezelfde manier als in het voorafgaande decennium: vaak negatief, vaak lollig bedoeld.

In de jaren 90 neemt het aantal vermeldingen van de sherrykuur aanzienlijk af. Meestal zijn die vermeldingen negatief en, opvallend genoeg, in de verleden tijd. De kuur was iets uit de jaren zestig lezen we een aantal keer.

Nog één keer wordt koningin Juliana met de sherrykuur in verband gebracht. Journalist Xandra van Gelder besteed in De Volkskrant van 22 oktober 1991 aandacht aan de stakingen in ‘Spaanse bodega’s’, waardoor er een tekort aan sherry zou kunnen ontstaan. Volgens het artikel zou Albert Heijn, met 18 (!) soorten sherry in het assortiment, binnen drie weken volledig uitverkocht zijn door de stakingen. Het klinkt nu bijna ongeloofwaardig, maar Nederland was op dat moment de grootste importeur en consument van sherry ter wereld, met 28 miljoen liter in 1990. Toch denkt Van Gelder – die het cliché van de vereenzaamde, sherrydrinkende vrouw bevestigt – dat het wel mee zal vallen met het sherrytekort:

Alle commotie lijkt wat overdreven, vooral omdat je zelden nog iemand sherry ziet drinken. Waar zijn de groene weduwe (de vereenzaamde vrouw die in slaapsteden haar verveling verdrijft met een glas sherry ), het sherry-dieet (in Nederland geïntroduceerd door koningin Juliana), de tapperijen waar het gezin plastic jerrycans met goedkope drank vulde en de bladen met sherryglazen bij recepties? In het openbaar is sherry verdrongen door witte wijn, maar thuis — bij de open haard en een goed gesprek — staan de flessen Manzanilla nog steeds naast de whisky.’

Te veel eer voor de koningin lijkt me, maar het zijn interessante waarnemingen, want we lezen dat de populariteit van sherry afneemt. Als reden noemt Van Gelder dat de Jerezaanse wijn verdrongen werd door witte wijn. Iets wat heel goed mogelijk is. Het verlies van marktaandeel kwam niet alleen door overproductie (en de matige kwaliteit van de sherry als gevolg hiervan, zoals vaak beweerd wordt), maar simpelweg ook door de opkomst van (betaalbare) witte wijn en rosé als drank voor de borrel en receptie.

Slotsom

Als ik alles afweeg, kom ik tot de conclusie dat het sherrydieet bekend was in brede kring, maar dat het al snel na introductie in een slecht daglicht kwam te staan. Meteen na de introductie van het dieet bijna 65 jaar (!) geleden werd er al lacherig over gedaan. Net zoals dat nu nog gebeurt. En op zich is dat terecht, want een dieet waarbij je alcohol drinkt, is natuurlijk lachwekkend.

Maar ik denk ook dat het negatieve imago van het sherrydieet goed aansloot bij de negatieve kijk van sommigen op alcoholconsumptie door vrouwen. Het dieet of liever nog ‘de kuur’ werd ingezet om het beeld van de ‘pimpelende huisvrouw’ op te roepen. Het imago van het dieet – en dat van sherry zelf – maakte het makkelijker om lacherig te doen over vrouwen en drank. Daardoor bleef dit sherrydieet opduiken in de pers en in gesprekken. Zoals ik al eerder schreef: ik heb het idee dat er meer over het dieet gepraat werd dan dat het daadwerkelijk – en met succes – werd gevolgd.

Misschien werd sherry een dieetdrank doordat sherry een ‘moderne, nog wat mysterieuze luxedrank’ was in de jaren vijftig van de vorige eeuw, zoals historica Ileen Montijn schrijft in haar boek ‘Aan tafel! Vijftig jaar eten in Nederland’. Dit imago ‘versterkte het idee dat de kuur zou moeten werken, zoals een krachtig medicijn – gevaarlijk, duur, maar des te effectiever’.

Historici hebben het wel over de ‘lange jaren zestig’. Die zouden dan begonnen zijn in 1955 en eindigen in 1975. Deze periode komt aardig overeen met de opkomst en ondergang van het sherrydieet. Je zou kunnen zeggen dat het sherrydieet echt een fenomeen van jaren zestig was, een fenomeen dat past bij een periode van economische voorspoed, vrijheid en emancipatie. De groeiende welvaart maakte goed eten en drinken voor meer mensen bereikbaar. Lekker eten en het drinken van bepaalde dranken werd ‘lifestyle’, iets om je mee te onderscheiden. Zo ook sherry, die ‘hip’ werd. Door deze veranderende levenstijl nam ook de aandacht voor afvallen en diëten toe. En nog een andere kant van de medaille: wat hip is, raakt op een bepaald moment uit de mode. Zo bezien is sherry in Nederland ook ten onder gegaan aan zijn eigen succes.

Helaas is het me nog steeds niet duidelijk wie destijds het sherrydieet heeft bedacht. En vooral ook: waarom? Want een goed dieet is het niet. Het dieet heeft in ieder geval flink bijgedragen aan de imagoschade van sherry in Nederland – schade waarvan de wijn nog steeds niet volledig hersteld is.

Misschien hield de bedenker van het dieet zich daarom al die tijd angstvallig stil.


Sketch uit de NPO-serie ‘Welkom in de Geschiedenis’ (2020).

De Sherrykuur – deel 3

Paleis Soestdijk

Als het over het sherrydieet gaat, valt soms ook de naam van koningin Juliana. Zij zou een aanhanger van het dieet zijn geweest. Het is een hardnekkig verhaal, zonder veel overtuigend bewijs, als je het mij vraagt. Toch verscheen al meteen in 1959, toen het sherrydieet in de dagbladen opdook, het eerste bericht over de koningin en het dieet.

Journalist ‘Pennewip’ van De Volkskrant wist in het eerder door mij geciteerde artikel uit 1959 reeds te melden dat koningin Juliana het dieet volgde. De vorstin zou zich er in 1957 onder begeleiding van ‘een bekend arts’ al aan hebben ‘onderworpen’. Was de koningin een trendsetter? In ieder geval kreeg zij later net als veel tijdgenoten (ze werd geboren in 1909) het imago van sherrydrinkende oudere dame.

Na 1959 is het een aantal jaar stil rond het sherrydieet op het paleis.

In december 1967 bespreekt Het Parool een aantal tijdschriften die je tijdens de kerstdagen zou kunnen lezen. In de Amerikaanse Cosmopolitan zou een artikel staan over ‘hoe de slanke lijn te behouden’, ‘met foto van prinses Beatrix en het recept van haar vermageringsdieet: de sherrykuur’. Opmerkelijk is het dat een Amerikaans tijdschrift hierover schrijft. Maar hoe betrouwbaar dit ‘nieuws’ is, is de vraag.

Koningin Juliana in 1964; foto: Max Koot/RVD

Een volgende verwijzing naar de populariteit van de sherrykuur op Paleis Soestdijk vinden we in een interview met portretschilder Peer van den Molengraft in het Algemeen Dagblad van 24 februari 1968. Hij schilderde onder andere portretten van Koning Faisal van Saoedi-Arabië, Frits Philips, keizer Haile Selassie en koningin Juliana. Die laatste bezocht Van den Molengraft een aantal keer, waaronder eenmaal ‘nadat ze zojuist die sherrykuur had gedaan’. Volgens de schilder was zijn portret van haar ‘het lievelingsschilderij’ van de koningin. Waarschijnlijk omdat ze er, na het volgen van een sherrykuur, slank opstaat, wordt hier gesuggereerd. De schilder is een onverdachte bron: het gaat in de eerste plaats om iets anders dan het volgen van de kuur door de majesteit. Daarnaast mag je ervan uitgaan dat de schilder waardering heeft voor de koningin en dat hij haar niet belachelijk wil maken. Dat hij zo achteloos haar dieet bespreekt, en vermeldt dat hij haar lievelingsschilderij heeft geschilderd, is niet erg discreet, en ook een beetje pedant. Maar het maakt zijn opmerking over de koningin en het dieet wel een beetje geloofwaardiger.

Dokter De Cock

In 1968 is het nogmaals de buitenlandse pers die iets weet te melden over de sherrykuur aan het Nederlandse hof. Onder het kopje ‘vermageren’ in de rubriek Palet (een soort shownieuws) in het dagblad Trouw van 14 mei, lezen we dat het Franse Vogue in haar meinummer verwijst naar ‘het sherrydieet van ene dr. J. de Cock’ dat werd gevolgd door prinses Beatrix. Door het dieet zou de prinses in één maand 15 kilo zijn kwijtgeraakt. Het dieet zou bestaan uit drie glazen sherry en drie ons Goudse kaas per dag. We mogen er vanuit gaan dat dit onzin is. De versimpeling van het dieet tot alleen sherry en kaas, plus de lange periode van een maand, in combinatie met het ongehoorde aantal van 15 kilo’s die de prinses zou zijn afgevallen, maakt dit ‘nieuws’ behoorlijk ongeloofwaardig.

Dr. J. de Cock is waarschijnlijk dezelfde als Jos de Cock, die volgens een kritisch artikel in De Waarheid van 7 december 1961, een dieet bedacht had dat je kon volgen door van hem iedere vier  weken een ‘voedingslijst’ te kopen à 45 gulden. Op de lijst vond je de voedingsmiddelen die je moest eten om gewicht te verliezen. Volgens de communistische krant viel je in ieder geval van de hoge kosten alleen al af.

Advertentie in De Telegraaf, 19 juli 1939

Deze dokter De Cock is een fascinerende figuur. In 1936 adverteerde een ‘Dr. Jos de Cock’ reeds in Het Vaderland met de tekst ‘Gewichtsvermindering’, gevolde door zijn naam, een adres in Den Haag en een telefoonnummer. In 1939 komen we zijn advertentie tegen in De Telegraaf, nu ook met een adres in Amsterdam.

In een recensie in Trouw uit mei 1973 van het boek ‘Juliana-foto-album’ van Alfred Rau lezen we dat de koningin ‘maandenlang hongerig’ het dieet van deze De Cock zou hebben gevolgd (fotograaf Rau volgde Juliana 37 jaar lang en kende haar ‘zeer goed’ volgens de recensie). Zou hij ook de arts zijn die Pennewip in 1959 reeds opvoerde als adviserend diëtist van de koningin? Ik denk overigens dat De Cock, als het waar is dat hij de koningin begeleidde bij haar afvalpoging, niet alleen maar het sherrydieet voorschreef. Want dat is niet ‘maandenlang’ vol te houden.

Waarschijnlijk is deze dr. Jos de Cock ook de oprichter van ‘psychologisch instituut’ Enorga, dat reeds in de jaren twintig van de vorige eeuw actief was. Het instituut en zijn directeur komen we ook tegen in een publicatie van de Vereniging tegen Kwakzalverij uit november 1974, waarin wordt gemeld dat zijn doctorstitel gekocht zou zijn in de Verenigde Staten, en dat hij tevens te maken kreeg met een strafzaak vanwege een vermogensdelict…

Zou deze man werkelijk dezelfde zijn als Juliana’s diëtist? Dat zou een opmerkelijke voetnoot zijn in de biografie van de koningin, die geen gelukkige hand had in het kiezen van haar adviseurs, gezien de ‘Greet Hofmans affaire’ uit 1956.

Sherryroddel

Het sherrydrinken op het paleis werd ook bevestigd door roddelkoning Henk van der Meyden. Hij schreef op 16 december 1971 in De Telegraaf dat de koningin ‘bijna 17 kilo’ (!) was afgevallen dankzij het sherrydieet. Volgens Van der Meyden volgde ook prinses Beatrix het dieet. Maar zoveel kilo afvallen dankzij een dieet dat je niet langer dan vier dagen achter elkaar mag volgen, dat kan toch niet?

Wellicht paste dat wonderlijke sherrydieet bij het imago van koningin Juliana in die tijd. Zij werd niet altijd in alle kringen serieus genomen, nadat bekend was geworden dat zij onder invloed had gestaan van gebedsgenezeres Greet Hofmans. De koningin hield er ook pacifistische ideeën op na. Iets wat tijdens de Koude Oorlog en zeker ook bij haar echtgenoot niet in goede aarde viel (en waarschijnlijk ook niet bij de lezers van Henk van der Meydens’ krant De Telegraaf).

Barend Servet

Haar vermeende voorkeur voor sherry werd ook bekrachtigd door de beruchte scène in De Barend Servet Show (bedenker Wim T. Schippers) uit december 1972, waarin de koningin, gespeeld door look-a-like actrice Truus Gesink, spruitjes schoonmaakt en voorstelt om de ‘sherry te laten aanrukken’. Deze scene leidde tot Kamervragen en de VPRO die het programma uitzond, werd op het matje geroepen door toenmalig minister van CRM Piet Engels (KVP). Hij gaf de omroep een reprimande (dat kon toen nog).

Los van het feit dat er in sommige kringen schande werd gesproken over de manier waarop Schippers de koningin verbeelde, werden in deze scène de clichés van sherrydrinkende huisvrouwen en die van ‘sherry een drank is voor oudere dames’, bevestigd.

Het interview van Barend Servet met de koningin

Dat Juliana een dieet volgde, is waarschijnlijk. Dat zij wel eens sherry dronk lijkt ook zeer waarschijnlijk, gezien de populariteit van de drank tijdens haar ambtsperiode. Maar of zij het sherrydieet volgde zullen we wellicht nooit met zekerheid kunnen achterhalen. Of haar dochters zouden ons erover moeten vertellen.

De Jerezaanse filmkenner en ‘sherryhistoricus’ José Luis Jiménez Garcia toont op zijn blog ‘Jerez de Cine’ twee krantenartikelen (één in het Spaans en één in het Engels) over de sherrykuur en de vrouwelijke leden van ons koningshuis (‘not noted for their slim lines’, volgens het Engelstalige krantenknipsel). Hier lezen we dat ook Prinses Margriet de kuur gevolgd zou hebben. Het waarheidsgehalte van dit soort berichten is helaas niet te achterhalen.

Parool met Roos op reprise

En dan, alsof er in tien jaar niets is veranderd, publiceert Het Parool in 1969 op bijna dezelfde datum op een pagina over afvallen exact dezelfde tekst van Jeanne Roos over de sherrykuur als in 1959. Wel heeft zij de tekst aangevuld: ‘het allergrootste gevaar van een teveel aan calorieën zit nog niet eens zo in de maaltijden zelf, als wel in wat we achteloos (of gulzig) tussendoor naar binnen werken! Dat schepje suiker in de thee, dat pepermuntje, u door Truus zo vriendelijk aangeboden, dat koekje, het croquetje in de stad. Een plakje kaas uit het vuistje, och u weet het zelf maar al te best. Bekijk de calorieënwaarde van enkele ditjes en datjes maar eens en u ziet met een oogopslag hoeveel honderden calorieën we vaak innemen zonder ze zelfs maar mee te tellen..!’

Dan volgt er een overzicht van calorieën in ‘drankjes’ waarin een glas sherry op 103 calorieën wordt geschat, terwijl een ‘glaasje’ bier en een ‘glaasje’ jenever respectievelijk slechts 93 en 80 calorieën bevatten. Zelfs een glaasje cola heeft volgens dit overzicht nog minder calorieën dan sherry. Nogmaals een bewijs dat aan sherry kennelijk magische krachten werden toegekend die het afvallen bevorderen. Want je zou beter een bier- of jeneverkuur kunnen volgen als je dit leest!

Wanneer in november 1969 het vijftigjarig bestaan van de Nederlandse radio wordt gevierd, besteedt het Algemeen Dagblad hier aandacht aan door diverse omroepen om een korte reactie te vragen. Ik vermoed fictief, omdat de meligheid ervan afstraalt. Zo zegt de VARA-woordvoerder dat de omroep niks doet aan het jubileum, want ‘iets vieren kost geld’. Bij de VPRO zegt men: ‘we drinken hier alleen maar. Maar dat is niet zozeer om het 50-jarig bestaan van de radio als wel om de dag aangenaam door te komen’. De KRO doet er ook niks aan, wat ‘niet onze gewoonte is’. Want, zo verklaart de KRO-persdienst, ‘wilt u een sherrykuur volgen, kom dan bij de KRO werken’.

Hieruit maak ik op dat wanneer je in 1969 op een lollige manier de indruk wilde wekken dat ergens behoorlijk werd gedronken, je het woord sherrykuur moest gebruiken. Het was een ironisch eufemisme voor een hoge alcoholconsumptie.

Er werd overigens in de jaren zestig een stuk luchtiger gedaan over alcoholgebruik dan nu. Zo werd bijvoorbeeld de slogan van het Verbond voor Veilig Verkeer uit 1965 verwerkt tot carnavalslied.

Sherry: Old School?

Onlangs hoorde ik het twee keer in korte tijd: sherry is ‘old school’ (uit te spreken in het Engels). Fascinerend begrip, dat old school. Je komt het onder andere tegen in de wereld van de hardrock. Daar slaat het meestal op bands uit de vroege jaren tachtig, die – als je het vergelijkt met de metal van nu – een overzichtelijk soort harde gitaarmuziek maakten, gekleed in strakke broeken en met (zeer belangrijk) lange haren. Old school kom je ook tegen in de wereld van kappers. Het gaat dan om de inmiddels overal opgedoken ‘barbier’ die gehuld in vintagekleding (vooral jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw zijn stijlbepalend) en liefst met baard het kappersvak uitoefenen ‘als vroeger’. Het interieur van de zaak, uiterlijk van de kapper, maar ook de gebruikte techniek en kapsels zijn geënt op vroeger (weg met de föhn!). Deze barbier scheert ook zijn klanten, met mes uiteraard. De nadruk van wat er met old school wordt bedoeld, ligt vooral op vakmanschap, het handwerk, degelijkheid en geen ingewikkeld gedoe. Positieve zaken dus, maar wat mij betreft hangt er ook een sfeer van ‘vroeger was alles beter’ omheen.

old_school_by_redalakchiri-d14mf75Old school verwijst dus naar iets van vroeger, of ‘zoals het vroeger was’. Iets van een tijd geleden (de barbier gaat zonder blikken of blozen zeventig jaar terug in de tijd) dat nu in ere is hersteld.
Maar hoe zit dat bij sherry? Voor velen is sherry een drank van vroeger. Maar old school heeft in relatie tot sherry vaak niet de positieve bijklank die het voor metal heads of kappers heeft.
Iets als ‘van vroeger’ beschouwen, is ook een kwestie van smaak en (het niet goed) op de hoogte zijn van trends en wat er in de wereld te krijgen is.
Of ‘van vroeger’ is iets dat niet meer bestaat. Maar dan gaat het om een andere categorie, namelijk om geschiedenis. Zoals de Slag bij Waterloo. En die kan je bijvoorbeeld naspelen, maar noem je hen die dat doen dan old school soldaten? Zou kunnen, maar dat is niet wat er met old school wordt bedoeld.

In ieder geval is het niet zo dat sherry geschiedenis is. Sherry heeft geschiedenis, dat wel. Een rijke geschiedenis, die teruggaat tot de zestiende eeuw. Veel van de huidige bodegas (wijnhuizen) werden opgericht in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Zij bezitten en werken vaak nog met vaten uit die tijd (en ook met nieuwere vaten uiteraard). Die geschiedenis draagt men in Jerez graag uit – en terecht. Dat zorgt er wellicht ook voor, in combinatie met een andere, wat minder trendgevoelige, smaak voor vormgeving, dat het uiterlijk van de vinos de Jerez soms een wat ouderwetse sfeer oproept. Maar die ouderwetse sfeer is helemaal niet zo erg. Bij old school muziek en barbier stikt het ervan.

Oké, het is een tijdje wat minder goed gegaan met sherry. Vooral met het imago van sherry in Nederland. In Spanje zelf of in Groot-Brittannië was het imago minder slecht. Bij ons heeft het sherrydieet van de jaren zeventig, met zijn pimpelende huisvrouwen, sherry een dubieus imago bezorgd. Vergeet ook niet dat de destijds aangeboden sherry vaak van belabberde kwaliteit was. En vaak medium dry, een voor de export bedachte, halfslachtige stijl. Het ging in plaats van kwaliteit vooral om kwantiteit. De tweeliterflessen met het oortje, die je soms nog tegenkomt in de supermarkt, zijn er getuige van.

Vaak wordt vergeten dat niet lang voordat dit sherrydieet schade aanrichtte, sherry ook in Nederland een populaire drank was, die gedronken werd in ‘bodegas’ in plaats van in het café. En ook al (lang) voor de Tweede Wereldoorlog werd sherry geïmporteerd en verkocht in Nederland. In ieder geval al sinds het begin van de zeventiende eeuw.

Sherry_Bar_03
Gezellig sherry drinken in de bodega met v.l.n.r. Wim Ibo, Albert Mol, Mies Bouman en Paul van Vliet.

Van imagoschade kan je lang last hebben. En of iets wel of niet old school is, is toch vooral in ‘the eye of the beholder’. Maar ik snap het wel, als je nu bijvoorbeeld 25 jaar jong bent, dus geboren in 1993, dan is sherry niet eens meer iets dat je moeder of oma vroeger dronk. Het is een drank die helemaal niemand in je omgeving dronk of drinkt. Erg old school dus. Voordeel is dat deze generatie geen last heeft van de negatieve vooroordelen die je vaak tegenkomt bij mensen van 35 jaar en ouder.

Maar sherry is natuurlijk nooit weggeweest. In die zin is het minder old school dan eighties metal of de barbier, die iets terughaalt van vroeger. Sherry werd ook de afgelopen dertig jaar gewoon volop geproduceerd. Ja, de verkoopcijfers gingen iets omlaag ieder jaar. Maar dat gaat vooral om de bulk, die kwantiteitssherry, die je (overgroot)oma dronk (en opa ook).

Ondertussen zat men niet stil in Jerez. Integendeel. Nieuwe generaties wijnmakers en ‘bodegueros’ werden geboren en sommige van hen behoren nu al tot de top van wat er in Jerez rondloopt. Veel sherry is wat dat betreft erg ‘new school’. Er is een trend van meer oog voor kwaliteit ingezet, en de verkoopcijfer laten dat ook zijn. Die kwaliteit was er altijd al, maar men vergat het onder de aandacht te brengen. Of beter gezegd: de nadruk lag op kwantiteit, met grote bodegas die heel veel omzetten. Nog steeds zijn er grote bodegas, maar ook die hebben nu oog voor hun kwaliteitswijnen. Daarnaast zijn er nog steeds veel kleine bodegas, en zelfs nieuwe kleine bodegas, die zich richten op het maken en verkopen van wijnen van hoge kwaliteit. Hooguit het vakmanschap en het handwerk van deze bodegas zou je als old school kunnen typeren. Maar dan betekent old school eigenlijk niks anders dan ‘kleinschalig handwerk, zoals men het vroeger deed, maar met de kennis en techniek van nu, voor zover noodzakelijk om een beter product te verkrijgen’. Ik bedoel maar, het enige dat oud is, is goede sherry, die al snel vijf, maar gemakkelijk tien jaar oud is als hij gebotteld wordt. Of véél ouder. Zo zie je maar: vroeger was niet alles beter.

26wnbn

Viva Jerez

Mijn vorige blog dateert van 3 februari. Dat is lang geleden. In de tussentijd was ik onder andere in Jerez de la Frontera, de Andalusische provinciestad op ruim een uur rijden onder Sevilla. Jerez is bekend om zijn paarden (dressuur, maar daar heb ik totaal geen verstand van, dus ik zeg er niks over), zijn racecircuit (veel Formule 1 teams testen hun auto’s hier), zijn flamenco (het is een belangrijke bakermat van deze Andalusische kunstvorm) en last but not least zijn sherry.

Lees verder “Viva Jerez”