De Sherrykuur – deel 4

In de jaren ‘70 ligt het zwaartepunt van het aantal artikelen over de sherrykuur in de eerste vier jaar (1970-1973). In de jaren 1974 tot 1980 verschenen er in de landelijke en regionale kranten slechts acht artikelen met daarin het woord sherrykuur. Gemiddeld is dat nog geen anderhalve vermelding per jaar. De berichtgeving over het dieet is dan inmiddels voornamelijk negatief.

Voedseltekort

In de Leeuwarder Courant van 30 maart 1972 vinden we een artikel (zonder auteursvermelding) met de kop ‘Sherrykuur niet zonder gevaren’. De kop is een citaat en verwijst waarschijnlijk naar een onderzoek van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding. Omdat het dieet volgens het artikel ‘de laatste tijd zo sterk in de belangstelling staat’, heeft het Voorlichtingsbureau het dieet ‘geanalyseerd’. De conclusie: het dieet bevat niet alleen heel weinig calorieën (het artikel noemt een totaal van ongeveer 800 per dag; nog minder dus dan de ruim 900 die ik in Deel 1 van deze reeks schatte), maar ook te weinig vitamines, koolhydraten en eiwitten. Hierdoor wordt ‘de normale voedingsbalans verstoord’. Het artikel noemt het geen dieet, maar een ‘voedseltekort’.

Stille drinksters

Op 28 oktober 1972 pakt De Telegraaf groot uit, met een artikel van ongeveer een halve pagina onder de kop ‘Er komen steeds meer Stille Sherry-drinksters’. Hoewel de krant in het voorafgaande decennium meestal luchtig en positief schreef over het sherrydieet, slaat deze nu alarm. Aanleiding hiertoe is een landelijke bijeenkomst in Den Haag van Anonieme Alcoholisten. Een woordvoerder van deze organisatie: ‘de huidige sherry-cultus is een gevaar voor de latente alcoholisten onder de Nederlandse huisvrouwen’.

Dit artikel gaat niet over het sherrydieet, maar over de (vermeende gevaren van de) populariteit van deze drank, vooral onder vrouwen. Strikt genomen valt het dus buiten het aandachtsgebied van deze reeks over de de sherrykuur. Maar het is interessant genoeg om te bespreken. Het werpt namelijk een ander licht op de sherrykuur.

Verslaggever Martin Deelen doet in het artikel interessante observaties over het imago van sherry in die tijd:

Uit gesprekken met Anonieme Alcoholisten komen als belangrijkste factoren [voor de populariteit, MvH] naar voren: Sherry heeft, in tegenstelling tot b.v. jenever, een onschuldig image. Het is „een net drankje”. Mensen die voor geen goud ’s morgens om halftwaalf met een glas jenever in de hand gezien willen worden, nemen op dat tijdstip rustig enkele glazen sherry tot zich. Dé drank op de keurigste receptie is sherry. Alsof er geen 14-22 pct. alcohol in zou zitten… Misschien heeft het iets met onze nationale hypocrisie te maken. Wat schuilt er nou voor kwaad in zo’n glaasje goudgele sherry? Puur natuur, niet waar?

In 1972 was sherry zeer populair in Nederland, je zou kunnen spreken van een hype. Op zich was het drinken van alcohol niet iets nieuws, maar het zou kunnen, zoals De Telegraaf schrijft, dat het ‘onschuldig image’ bijdroeg aan de populariteit van sherry. Waarschijnlijk was het imago ook wat minder alledaags dan dat van bier en jenever. Sherry was chiquer, exotischer, modieus.

Wellicht werd in de jaren zestig van de vorige eeuw het drinken van alcohol op diverse momenten in brede lagen van de bevolking normaler dan voorheen. De stijgende welvaart was hiervoor waarschijnlijk verantwoordelijk. De emancipatie van vrouwen zorgde ervoor dat ook zij vaker alcohol dronken. Zij kozen dan niet voor bier en jenever, maar voor sherry.

Die verworvenheid stuitte wellicht bij bepaalde mannen op verzet. Als het artikel in de Telegraaf over het AA-congres één ding duidelijk maakt, dan is de bezorgdheid die bij sommigen bestond over het drinken van alcohol door vrouwen, en vooral het drinken van alcohol door vrouwen zonder dat daar mannen bij aanwezig waren.

Martin Deelen in De Telegraaf:

om aan sherry te komen hoeft men geen drempelvrees te overwinnen. Men kan het vooral in de grotere steden „anoniem” kopen. De vrouw die er niet aan zou denken ’s morgens bij de officiële drankhandel binnen te stappen, neemt gewoon samen met haar andere boodschappen uit de supermarkt een paar flessen sherry mee. Of ze koopt ze bij de groenteboer en vaak zelfs bij de slager. Bovendien is er veel goedkope sherry: voor een tientje koopt men drie flessen.

De heer Jan Alderwereld, bestuurder van AA Nederland, zegt over het drinken van sherry:

het is een cultureel tijdsverschijnsel, vooral veroorzaakt door de ook financieel grotere vrijheid van de meeste vrouwen. Wij kennen vrouwen die twee tot drie keer op een dag met een tientje in de hand naar verschillende winkels strompelen. Jazeker, er zijn vrouwen die zo’n negen flessen sherry per dag drinken‘.

De bestuurder van AA noemt de ‘financieel grotere vrijheid’ van de meeste vrouwen als oorzaak voor de toename van de sherryconsumptie.

Het artikel geeft geen concrete cijfers over alcoholgebruik door vrouwen. Er worden slechts een aantal individuele gevallen genoemd. De Telegraaf maakte zich duidelijk zorgen over de combinatie ‘vrouwen en alcohol’. De heren verslaggever en AA-bestuurders hadden weinig vertrouwen in een goede afloop van deze combinatie. Sterker nog, de dames moesten worden behoed voor de ‘ziekte’ die alcoholisme heet. Alderwereld legt uit:

Die onstuitbare drang tot drinken leidt vaak tot een vereenzamingsproces, en voert dan van kwaad tot erger. Veel vrouwen drinken omdat ze zich niet geaccepteerd voelen, ouder en minder aantrekkelijk worden, vanwege de onverschilligheid van hun man en om tal van andere psychische redenen. Er zijn ook heel wat jongere vrouwen die door allerlei frustraties aan de drank raken. Erg verontrustend allemaal, maar we mogen niet vergeten dat het om een ziekte gaat, die in alle rangen en standen kan toeslaan. Veel vrouwen beschouwen sherry als een soort frisdrank. Ze bespeuren het gevaar pas als ze helemaal in de puree zitten.’

Veelzeggend zijn ook de drie getekende illustraties met bijbehorende tekst onder de kopjes ‘Uit verveling’, ‘Voor gezelligheid’ en ‘Voor de inspiratie’. Dat zijn de drie belangrijkste redenen waarom vrouwen sherry drinken, is de boodschap van de tekenaar. Zo’n beetje alle clichés over drank en vrouwen worden hierin bevestigd. De sherry drinkende vrouwen zijn óf getrouwd maar eenzaam, óf alleenstaand (‘ongehuwd’ heette dat toen nog), en ze werkten meestal niet. Ze drinken in hun eentje of tijdens de ‘koffievisite’ die ze elke dag bij elkaar afleggen.

Sherry krijgt de schuld

Ik kan alleen maar raden naar de exacte bedoelingen van de krant. Want die staat niet bekend om zijn moralisme ten aanzien van een bourgondische levenswijze. Integendeel. Misschien dat de vaak conservatieve Telegraaf een beeld wilde schetsen van losgeslagen vrouwen, die zonder man in de buurt, niet kunnen omgaan met alcohol en dus te veel gaan drinken. Het feit dat er in het geheel niet gesproken wordt over alcoholisme onder mannen impliceert dat dat geen probleem is. Volgens De Telegraaf althans.

Onder het artikel heeft de krant trouwens een advertentie geplaatst voor cognac! Als je dit alles bij elkaar beschouwt, zou je met de blik van nu bijna denken dat het artikel een 1 april grap betreft. Maar het is bloedserieus.


Voor ons is het artikel interessant omdat het laat zien dat niet alleen de sherrykuur verantwoordelijk was voor het negatieve imago van sherry. Ook de populariteit van sherry an sich onder (zich emanciperende) vrouwen zorgde voor een reactie bij mannen die het alcohol drinken door vrouwen niet zagen zitten. Dat zorgde voor een voortdurend belachelijk maken van vrouwen die drinken, en de sherrykuur met het cliché van de ‘pimpelende huisvrouw’ paste goed in dit beeld (wat natuurlijk ook nog impliceert dat de vrouw vooral huisvrouw was, of zou moeten zijn).

Een voorbeeld van de sherrykuur die de schuld krijgt van het alcohol drinken door vrouwen lezen we in maart 1973 in Trouw . Een dame die een dieetclub leidt, ‘komt de sherrykuur veel tegen’. Zij heeft het vermoeden dat deze kuur veel vrouwen ‘aan de drank’ heeft gebracht. Haar eigen dieet, zonder drank, is uiteraard beter.

In De Volkskrant van 28 juli 1979 vinden we een korte bespreking van het boek ‘Overmorgen begin ik…’ dat gaat over de worsteling van (vooral) vrouwen met afvallen. ‘Voor wie al weet dat de sherrykuur hoogstens tot alcoholisme, niet tot duurzaam gewichtsverlies leidt worden hier de meer psychologische methoden om het gewenste figuur te bereiken op rijtje gezet’,  schrijft de recensent. De boodschap is duidelijk.

Negatief of lollig

In de jaren 80 komt de sherrykuur nog steeds af en toe voorbij in de dagbladen. Dat gebeurt op de dezelfde manier als in het voorafgaande decennium: vaak negatief, vaak lollig bedoeld.

In de jaren 90 neemt het aantal vermeldingen van de sherrykuur aanzienlijk af. Meestal zijn die vermeldingen negatief en, opvallend genoeg, in de verleden tijd. De kuur was iets uit de jaren zestig lezen we een aantal keer.

Nog één keer wordt koningin Juliana met de sherrykuur in verband gebracht. Journalist Xandra van Gelder besteed in De Volkskrant van 22 oktober 1991 aandacht aan de stakingen in ‘Spaanse bodega’s’, waardoor er een tekort aan sherry zou kunnen ontstaan. Volgens het artikel zou Albert Heijn, met 18 (!) soorten sherry in het assortiment, binnen drie weken volledig uitverkocht zijn door de stakingen. Het klinkt nu bijna ongeloofwaardig, maar Nederland was op dat moment de grootste importeur en consument van sherry ter wereld, met 28 miljoen liter in 1990. Toch denkt Van Gelder – die het cliché van de vereenzaamde, sherrydrinkende vrouw bevestigt – dat het wel mee zal vallen met het sherrytekort:

Alle commotie lijkt wat overdreven, vooral omdat je zelden nog iemand sherry ziet drinken. Waar zijn de groene weduwe (de vereenzaamde vrouw die in slaapsteden haar verveling verdrijft met een glas sherry ), het sherry-dieet (in Nederland geïntroduceerd door koningin Juliana), de tapperijen waar het gezin plastic jerrycans met goedkope drank vulde en de bladen met sherryglazen bij recepties? In het openbaar is sherry verdrongen door witte wijn, maar thuis — bij de open haard en een goed gesprek — staan de flessen Manzanilla nog steeds naast de whisky.’

Te veel eer voor de koningin lijkt me, maar het zijn interessante waarnemingen, want we lezen dat de populariteit van sherry afneemt. Als reden noemt Van Gelder dat de Jerezaanse wijn verdrongen werd door witte wijn. Iets wat heel goed mogelijk is. Het verlies van marktaandeel kwam niet alleen door overproductie (en de matige kwaliteit van de sherry als gevolg hiervan, zoals vaak beweerd wordt), maar simpelweg ook door de opkomst van (betaalbare) witte wijn en rosé als drank voor de borrel en receptie.

Slotsom

Als ik alles afweeg, kom ik tot de conclusie dat het sherrydieet bekend was in brede kring, maar dat het al snel na introductie in een slecht daglicht kwam te staan. Meteen na de introductie van het dieet bijna 65 jaar (!) geleden werd er al lacherig over gedaan. Net zoals dat nu nog gebeurt. En op zich is dat terecht, want een dieet waarbij je alcohol drinkt, is natuurlijk lachwekkend.

Maar ik denk ook dat het negatieve imago van het sherrydieet goed aansloot bij de negatieve kijk van sommigen op alcoholconsumptie door vrouwen. Het dieet of liever nog ‘de kuur’ werd ingezet om het beeld van de ‘pimpelende huisvrouw’ op te roepen. Het imago van het dieet – en dat van sherry zelf – maakte het makkelijker om lacherig te doen over vrouwen en drank. Daardoor bleef dit sherrydieet opduiken in de pers en in gesprekken. Zoals ik al eerder schreef: ik heb het idee dat er meer over het dieet gepraat werd dan dat het daadwerkelijk – en met succes – werd gevolgd.

Misschien werd sherry een dieetdrank doordat sherry een ‘moderne, nog wat mysterieuze luxedrank’ was in de jaren vijftig van de vorige eeuw, zoals historica Ileen Montijn schrijft in haar boek ‘Aan tafel! Vijftig jaar eten in Nederland’. Dit imago ‘versterkte het idee dat de kuur zou moeten werken, zoals een krachtig medicijn – gevaarlijk, duur, maar des te effectiever’.

Historici hebben het wel over de ‘lange jaren zestig’. Die zouden dan begonnen zijn in 1955 en eindigen in 1975. Deze periode komt aardig overeen met de opkomst en ondergang van het sherrydieet. Je zou kunnen zeggen dat het sherrydieet echt een fenomeen van jaren zestig was, een fenomeen dat past bij een periode van economische voorspoed, vrijheid en emancipatie. De groeiende welvaart maakte goed eten en drinken voor meer mensen bereikbaar. Lekker eten en het drinken van bepaalde dranken werd ‘lifestyle’, iets om je mee te onderscheiden. Zo ook sherry, die ‘hip’ werd. Door deze veranderende levenstijl nam ook de aandacht voor afvallen en diëten toe. En nog een andere kant van de medaille: wat hip is, raakt op een bepaald moment uit de mode. Zo bezien is sherry in Nederland ook ten onder gegaan aan zijn eigen succes.

Helaas is het me nog steeds niet duidelijk wie destijds het sherrydieet heeft bedacht. En vooral ook: waarom? Want een goed dieet is het niet. Het dieet heeft in ieder geval flink bijgedragen aan de imagoschade van sherry in Nederland – schade waarvan de wijn nog steeds niet volledig hersteld is.

Misschien hield de bedenker van het dieet zich daarom al die tijd angstvallig stil.


Sketch uit de NPO-serie ‘Welkom in de Geschiedenis’ (2020).

De Sherrykuur – deel 1

Het werd weer eens tijd voor een nieuw stukje hier. Dit keer een wat uitgebreider ‘onderzoek’ naar het sherrydieet. Het leek me een goed idee nu eens en voor altijd meer duidelijkheid te verkrijgen over dit toch wel vreemde dieet. Of me dat gelukt is, leest u in mijn komende blogs.


Sinds ik als Sherryman door het leven ga – alweer 5 jaar – hoor ik regelmatig opmerkingen als ‘sherry… dat dronk mijn oma vroeger’ of ‘oh ja, het sherrydieet – haha!’.

Sherry’s imago van oudewijvendrankje is hardnekkig. En het sherrydieet is voor veel mensen nog steeds aanleiding om schamper te grinniken. De koppeling sherrydieet, oma’s of oude tantes is meestal snel gelegd. Ik leg dan altijd uit dat mijn oma tot op hoge leeftijd elke dag een glaasje fino dronk, en dat dat voor mij een positieve herinnering is. Mijn oma was namelijk een lieve vrouw, en zij genoot van het glas sherry. Voor anderen is de associatie van sherry met oude dames blijkbaar vaak iets negatiefs. Alsof oude dames geen goede smaak zouden hebben.

Ik denk dat veel mensen het cliché ‘alleen oudere dames drinken sherry’ omarmen zonder er goed over na te hebben gedacht. Dat nadenken hoeft ook niet, want het is immers een cliché. En natuurlijk dronken de oma’s en tantes van vroeger vaak sherry, want sherry was in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de twintigste eeuw veel populairder dan nu. Niet alleen bij dames, ook de heren dronken sherry.

Het sherrydieet, of sherrykuur zoals het ook vaak genoemd werd, was echter typisch iets voor vrouwen. Althans, volgens de overlevering en volgens de anekdotische opmerkingen die ik hierover hoor. Velen hebben een beeld van pimpelende huisvrouwen die ’s ochtends al aan een glaasje sherry zitten, en dat de hele dag blijven doen. Of dat beeld terecht is, is moeilijk te achterhalen. Wel weet ik zeker dat het sherrydieet best lachwekkend is.

De combinatie vrouwen en alcohol is trouwens iets waar nog steeds een beetje lacherig over gedaan wordt, als je het mij vraagt. Misschien ben ik woke, maar het lijkt er op dat alcohol drinkende vrouwen in 2023 in Nederland nog steeds minder zijn geaccepteerd dan mannen die alcohol drinken. Denk aan televisiereclames voor bier: is daar eigenlijk wel eens een vrouw te zien?

Low carb

Het sherrydieet is natuurlijk een idioot dieet. Zeker als je het een kuur noemt, wat het een medische (schijn)status verschaft. Het bestaat volgens de overlevering vooral uit eieren, koffie, kaas, biefstuk, gekookte groenten, en sherry uiteraard. Twee tot vier glazen per dag, afhankelijk van welk recept je volgde.

Ik ben geen dieetkenner, maar het is kennelijk een dieet met zeer weinig koolhydraten. Low carb, heet dat tegenwoordig. Bekende low carb diëten zijn het Atkins-dieet en het Ketogeen-dieet. Een koolhydraatarm dieet bevat vaak relatief veel eiwitten om je langer een verzadigd gevoel te geven. Vandaar de kaas en de biefstuk in het sherrydieet.

Het sherrydieet zou je maar drie dagen mogen volgen, of volgens sommigen vier dagen. Dat begrijp ik wel, want de voedingswaarde lijkt me nogal laag. Ik kan me voorstellen dat je het simpelweg niet langer volhoudt. Het dieet komt er op neer dat je de inname van calorieën drastisch beperkt. Dat werkt altijd, want immers ‘ieder pondje gaat door het mondje’. Maar of zo’n eenzijdig dieet gezond is, daar twijfelden flink wat mensen in de jaren zestig van de vorige eeuw al over.

Wat de functie van de sherry in het dieet was, is minder duidelijk. Wellicht brengt de alcohol je in een roes, zeker als je zo weinig eet, waardoor je het dieet makkelijker volhoudt? In ieder geval levert de alcohol in de sherry uiteraard ook calorieën, zelfs relatief gezien meer dan koolhydraten en eiwitten. Dus in dat opzicht is volgens mij ieder dieet dat alcohol bevat onzinnig.

Ik vraag me af hoe populair het sherrydieet destijds eigenlijk was. Of anders geformuleerd, hoeveel mensen hebben het daadwerkelijk gevolgd? Zou het niet zo kunnen zijn dat iedereen elkaar napraatte over dit door velen niet serieus genomen fenomeen? Dat het bon ton was om er grappen over te maken, veel meer dan zelf het dieet te volgen? Ik besloot er eens wat dieper in te duiken.

Als het gaat over de oorsprong van het sherrydieet, wordt vaak verwezen naar het boek The Drinking Man’s Diet: How to Lose Weight with a Minimum of Will Power van de Amerikaanse auteur Robert Cameron, verschenen in 1964. Het boekje van 50 pagina’s kostte destijds 1 dollar. In twee jaar werden er 2,4 miljoen verkocht in 13 landen. De methode-Cameron was een voorloper van de low carb diëten. Het idee van Cameron was dat alcoholische dranken zeer weinig caloriën bevatten, dus je kon drinken wat je wilde. Daarnaast at je vlees, kaas en groenten. Overigens was het geen must dat je alcohol dronk.

Een andere opvatting van Cameron was dat alcohol de bloedvaten verwijdt, waardoor je lichaam harder zou moeten werken om calorieën te verbranden. Opvallende theorie. Navraag bij een medisch specialist leert me dat alcohol inderdaad de bloedvaten sterk doet verwijden, en dat daardoor vooral (of alleen) het hart misschien harder zou moeten werken. Maar dat is niet zeker. De arts merkt overigens op dat alcoholinname er meestal voor zorgt, dat de fysieke activiteit juist afneemt.

1959

Hoewel de sherrydieet de theorie van Robert Cameron in de praktijk brengt, kan zijn boek echter niet de inspirator zijn geweest van het dieet. Het sherrydieet bestond al eerder, zoals ook journalist Eric Brassem een paar jaar geleden opmerkte in zijn artikel ‘Waar bleef toch het sherrydieet?’ (Trouw, 11 augustus 2018). Hij verwijst naar een artikel in Het Parool van 3 januari 1959, geschreven door journaliste Jeanne Roos – zij was overigens degene die in 1951 de eerste officiële Nederlandse televie-uitzending presenteerde.

Roos vermeldt op haar zogenoemde vrouwenpagina ‘een driedaagse vermageringskuur’, die uit Amerika zou zijn komen overwaaien en die bekend staat als ‘sherry-kuur’. Volgens Roos verschaft de alcohol in dit dieet de benodigde calorieën. Het is een opvallende opvatting van diëten: meer alcohol, minder andere calorierijke voedingsmiddelen.

Volgens mij eten zware alcoholisten vaak niet veel, maar of dat een goede manier van diëten is, betwijfel ik. Maar dit terzijde.

In ieder geval merkt Roos op dat ‘er heus maar twee glazen van deze edele (suikerloze) wijn per dag aan te pas komen’. Let op: het gaat hier nog om twee glazen per dag, waarvan de eerste pas om 12 uur wordt genuttigd. Dus niet al in de ochtend, zoals het hardnekkige beeld van sherrydrinkende huismoeders wil.

Jeanne Roos in 1951

Uit het artikel van Jeanne Roos maken we op dat zij er in 1959 vanuit gaat dat de sherry voor het sherrydieet droge sherry is. Waarschijnlijk fino? Maar gezien de populariteit van medium sherry in de decennia hierna, vraag ik me af of de sherry die men dronk wanneer men het dieet volgde, altijd droog was. Het zou de geloofwaardigheid van het dieet trouwens geen goed doen als de te drinken sherry halfzoet zou zijn. Want suiker werkt in geen enkel dieet.

Caloriewaarde

We kunnen uit de tekst van Roos ook opmaken dat de sherrykuur al enige bekendheid had begin 1959. Wat ik er ook in lees, is dat zij het dieet toen al niet helemaal serieus nam. Ze raadt in ieder geval alleen gezonde mensen aan het dieet te volgen. Serieuzer vind ik haar advies om een ‘Nederlandse Voedingsmiddelentabel’ aan te schaffen en je te verdiepen in caloriewaardes, vetgehalte, vitamines en mineralen.

Niet zo gek, want lees even mee wat de ingrediënten van de kuur destijds waren:

Om 9 uur een kop koffie zonder suiker en een gekookt ei, om 12 uur 100 gram gegrilde biefstuk en een glas sherry, om 15 uur 100 gram kaas en een kop koffie zonder suiker, om 18 uur weer 100 gram biefstuk en een glas sherry, waarna je de dag om 21 uur afsluit met een gekookt ei en een kop koffie… en dit drie dagen lang.

Zoals Roos enigszins ironisch schrijft: ‘Dit houdt u drie dagen vol. Daarna houdt u er mee op en doet het zeker in vier weken niet meer. Daartoe zult u trouwens ook niet de minste neiging hebben..!’.

Ik heb het even uitgerekend met de caloriechecker van het Voedingscentrum: de kuur bevat ongeveer 913 kcal per dag! Dat is dus minder dan de helft van de benodigde hoeveelheid per dag. Als je dan niet afvalt, dan weet ik het ook niet. Maar gezond lijkt het me niet. En goed vol te houden, al is het maar drie dagen, ook niet.

Pennewip

We komen het sherrydieet dat jaar ook tegen in De Volkskrant van 17 april in een rubriek met nieuwtjes over artiesten, kunstenaars, tv-persoonlijkheden, en sherry in dit geval, geschreven door de auteur met pseudoniem Pennewip. Een soort mix van shownieuws en lifestyle, zou je het nu noemen.

Onder de kop ‘Drink sherry… en vermager’ lezen we in het artikel, dat om meerdere redenen interessant is, dat er in de ‘vele vrouwenbladen waaraan ons land zo rijk is’ meer aandacht wordt besteed aan ‘vermageringsrubrieken’. Afvallen was blijkbaar al in de mode eind jaren vijftig. ‘Wist u, dat men tegenwoordig, letterlijk en figuurlijk, de mond vol heeft van het zogenaamde „sherry-dieet”?’.

Het dieet zou dermate populair zijn dat de obers van de Amsterdamse stationsrestauratie vertelden, dat ‘reeds rond de vertrektijden der eerste forensentreinen’ er ‘heel wat glazen sherry en gekookte eieren’ werden geserveerd. Pennewip vervolgt: ‘En de koks van de hoofdstedelijke eethuizen krijgen wat van het roosteren der biefstukken. Een fikse lik boter willen de vrouwelijke klanten niet meer. Sprekend is óók het cijfermateriaal, dat ik bij de NV Wilmerink & Muller (sherry-importeur in Amsterdam) ter inzage kreeg. Daar komen veel bestellingen binnen met de bijvoeging: „voor vermageringskuur” of: „liefst zure, om af te vallen”, of: „hele droge als het kan, want het is voor de lijn”.

Ik weet niet of we dit serieus moeten nemen. Dat de dames in de ochtend reeds veel sherry dronken op het station, voordat zij naar hun werk gingen, lijkt me sterk.

Zo zag 1959 eruit: de 8-jarige André Hazes treedt op bij de AVRO Weekend Show

Importcijfers

Hierna vervolgt Pennewip zijn tekst met interessante importcijfers: ‘In 1953 werd er in totaal 654.000 liter sherry in ons land geïmporteerd. Het vorig jaar kwamen de leveranciers daar lang niet mee uit. Zij hadden toen één miljoen 540.000 liter nodig. Dat is dus bijna één miljoen liter méér dan vijf jaar eerder! De grote behoefte werd merkbaar in 1955, toen het sherrydieet opgang ging maken. Hadden de grossiers in ’54 nog aan 874.000 liter genoeg, in 1955 moesten zij 1 miljoen 180.000 liter laten aanrukken. […] In de eerste drie maanden van dit jaar is de  behoefte op nóg frappanter wijze toegenomen: er werd in januari, februari en maart méér sherry gedronken dan in het eerste halfjaar van 1958. Kunt u nagaan wat het dit jaar een gekke boel zal worden met die sherry-import. De dokters? Die lachen. Het kan geen kwaad, zeggen ze. Laat de dames die ongesuikerde wijn maar lekker opdrinken. Het is in ieder geval gezond!’.

Of de dokters dat echt hebben gezegd, weet ik niet. Het hele stuk van Pennewip komt me, ondanks de gedetailleerde omzetcijfers, nogal ironisch over. Zeker is dat de consumptie van sherry behoorlijk toenam in de jaren ‘50. En interessant voor ons is dat volgens de auteur het sherrydieet reeds in 1955 in opkomst was. Helaas heb ik hiervoor geen aanwijzingen gevonden. Lees daarover meer in mijn volgende blog.

Sherry: Old School?

Onlangs hoorde ik het twee keer in korte tijd: sherry is ‘old school’ (uit te spreken in het Engels). Fascinerend begrip, dat old school. Je komt het onder andere tegen in de wereld van de hardrock. Daar slaat het meestal op bands uit de vroege jaren tachtig, die – als je het vergelijkt met de metal van nu – een overzichtelijk soort harde gitaarmuziek maakten, gekleed in strakke broeken en met (zeer belangrijk) lange haren. Old school kom je ook tegen in de wereld van kappers. Het gaat dan om de inmiddels overal opgedoken ‘barbier’ die gehuld in vintagekleding (vooral jaren dertig, veertig en vijftig van de vorige eeuw zijn stijlbepalend) en liefst met baard het kappersvak uitoefenen ‘als vroeger’. Het interieur van de zaak, uiterlijk van de kapper, maar ook de gebruikte techniek en kapsels zijn geënt op vroeger (weg met de föhn!). Deze barbier scheert ook zijn klanten, met mes uiteraard. De nadruk van wat er met old school wordt bedoeld, ligt vooral op vakmanschap, het handwerk, degelijkheid en geen ingewikkeld gedoe. Positieve zaken dus, maar wat mij betreft hangt er ook een sfeer van ‘vroeger was alles beter’ omheen.

old_school_by_redalakchiri-d14mf75Old school verwijst dus naar iets van vroeger, of ‘zoals het vroeger was’. Iets van een tijd geleden (de barbier gaat zonder blikken of blozen zeventig jaar terug in de tijd) dat nu in ere is hersteld.
Maar hoe zit dat bij sherry? Voor velen is sherry een drank van vroeger. Maar old school heeft in relatie tot sherry vaak niet de positieve bijklank die het voor metal heads of kappers heeft.
Iets als ‘van vroeger’ beschouwen, is ook een kwestie van smaak en (het niet goed) op de hoogte zijn van trends en wat er in de wereld te krijgen is.
Of ‘van vroeger’ is iets dat niet meer bestaat. Maar dan gaat het om een andere categorie, namelijk om geschiedenis. Zoals de Slag bij Waterloo. En die kan je bijvoorbeeld naspelen, maar noem je hen die dat doen dan old school soldaten? Zou kunnen, maar dat is niet wat er met old school wordt bedoeld.

In ieder geval is het niet zo dat sherry geschiedenis is. Sherry heeft geschiedenis, dat wel. Een rijke geschiedenis, die teruggaat tot de zestiende eeuw. Veel van de huidige bodegas (wijnhuizen) werden opgericht in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Zij bezitten en werken vaak nog met vaten uit die tijd (en ook met nieuwere vaten uiteraard). Die geschiedenis draagt men in Jerez graag uit – en terecht. Dat zorgt er wellicht ook voor, in combinatie met een andere, wat minder trendgevoelige, smaak voor vormgeving, dat het uiterlijk van de vinos de Jerez soms een wat ouderwetse sfeer oproept. Maar die ouderwetse sfeer is helemaal niet zo erg. Bij old school muziek en barbier stikt het ervan.

Oké, het is een tijdje wat minder goed gegaan met sherry. Vooral met het imago van sherry in Nederland. In Spanje zelf of in Groot-Brittannië was het imago minder slecht. Bij ons heeft het sherrydieet van de jaren zeventig, met zijn pimpelende huisvrouwen, sherry een dubieus imago bezorgd. Vergeet ook niet dat de destijds aangeboden sherry vaak van belabberde kwaliteit was. En vaak medium dry, een voor de export bedachte, halfslachtige stijl. Het ging in plaats van kwaliteit vooral om kwantiteit. De tweeliterflessen met het oortje, die je soms nog tegenkomt in de supermarkt, zijn er getuige van.

Vaak wordt vergeten dat niet lang voordat dit sherrydieet schade aanrichtte, sherry ook in Nederland een populaire drank was, die gedronken werd in ‘bodegas’ in plaats van in het café. En ook al (lang) voor de Tweede Wereldoorlog werd sherry geïmporteerd en verkocht in Nederland. In ieder geval al sinds het begin van de zeventiende eeuw.

Sherry_Bar_03
Gezellig sherry drinken in de bodega met v.l.n.r. Wim Ibo, Albert Mol, Mies Bouman en Paul van Vliet.

Van imagoschade kan je lang last hebben. En of iets wel of niet old school is, is toch vooral in ‘the eye of the beholder’. Maar ik snap het wel, als je nu bijvoorbeeld 25 jaar jong bent, dus geboren in 1993, dan is sherry niet eens meer iets dat je moeder of oma vroeger dronk. Het is een drank die helemaal niemand in je omgeving dronk of drinkt. Erg old school dus. Voordeel is dat deze generatie geen last heeft van de negatieve vooroordelen die je vaak tegenkomt bij mensen van 35 jaar en ouder.

Maar sherry is natuurlijk nooit weggeweest. In die zin is het minder old school dan eighties metal of de barbier, die iets terughaalt van vroeger. Sherry werd ook de afgelopen dertig jaar gewoon volop geproduceerd. Ja, de verkoopcijfers gingen iets omlaag ieder jaar. Maar dat gaat vooral om de bulk, die kwantiteitssherry, die je (overgroot)oma dronk (en opa ook).

Ondertussen zat men niet stil in Jerez. Integendeel. Nieuwe generaties wijnmakers en ‘bodegueros’ werden geboren en sommige van hen behoren nu al tot de top van wat er in Jerez rondloopt. Veel sherry is wat dat betreft erg ‘new school’. Er is een trend van meer oog voor kwaliteit ingezet, en de verkoopcijfer laten dat ook zijn. Die kwaliteit was er altijd al, maar men vergat het onder de aandacht te brengen. Of beter gezegd: de nadruk lag op kwantiteit, met grote bodegas die heel veel omzetten. Nog steeds zijn er grote bodegas, maar ook die hebben nu oog voor hun kwaliteitswijnen. Daarnaast zijn er nog steeds veel kleine bodegas, en zelfs nieuwe kleine bodegas, die zich richten op het maken en verkopen van wijnen van hoge kwaliteit. Hooguit het vakmanschap en het handwerk van deze bodegas zou je als old school kunnen typeren. Maar dan betekent old school eigenlijk niks anders dan ‘kleinschalig handwerk, zoals men het vroeger deed, maar met de kennis en techniek van nu, voor zover noodzakelijk om een beter product te verkrijgen’. Ik bedoel maar, het enige dat oud is, is goede sherry, die al snel vijf, maar gemakkelijk tien jaar oud is als hij gebotteld wordt. Of véél ouder. Zo zie je maar: vroeger was niet alles beter.

26wnbn

Vino con arte

In alle lagen van de bevolking drinkt men wijn. In die zin trekt wijn zich niets aan van rangen en standen. Toch hangt er vaak een aura van exclusiviteit om wijn heen. En soms een sfeer van snobisme, in stand gehouden door een kaste van kenners met een eigen, zo nu en dan geheimzinnig jargon. Wijn is enerzijds statussymbool, anderzijds volksdrank voor bij de maaltijd.

Het drinken van (dure) wijn is een manier om te laten zien dat je het goed hebt, maar ook om te laten zien dat je een goede smaak hebt. De rich & famous waren altijd al een forse afnemer van het product. De hedendaagse beroemdheid consumeert niet alleen, maar stort zich ook op de productie van wijn. Zo bezit zanger Sting een landgoed in Toscane, waar hij wijn laat maken door de vooraanstaande oenoloog Paolo Caciorgna. Eén van zijn wijnen heet ‘Message in a bottle’, hoe kon het ook anders. maib-large1Acteurs Angela Jolie en haar inmiddels ex-echtgenoot Brad Pitt produceerden rosé in de Provence (sinds hun scheiding eind 2016 staat het wijngoed te koop). Onlangs voegde de Amerikaanse actrice Drew Barrymore zich bij het selecte gezelschap van wijnmakende sterren. Wie de website van haar wijngoed bekijkt, ziet dat Barrymore niet zo zeer van haar hobby (wijn drinken) werk (wijn maken) wil maken, maar dat zij een omgeving heeft gecreëerd om te genieten van wijn met ‘family and friends’. Wijn is lifestyle.

Wijn maken laten al deze beroemdheden over aan een echte wijnmaker – het is immers een vak. Met als resultaat overigens dat de wijnen vaak echt goed zijn en niet alleen maar een leuke gadget om mee te showen.

Bij flamenco-artiesten kunnen we misschien niet spreken van ‘rich & famous’. De grootsten zijn binnen de flamencowereld vooral famous, maar niet echt rich, zeker niet vergeleken bij Sting of Brad Pitt. Famous is in ieder geval de gitarist Gerardo Nuñez, afkomstig uit Jerez de la Frontera. Als er een top-10 van beste flamencogitaristen zou bestaan, stond hij er in. Ook Nuñez is een artiest die wijn maakt. Misschien niet zozeer om zijn goede smaak uit te dragen, maar vooral uit liefhebberij, voor het product en voor het wijnmaken. En hij doet het in tegenstelling tot eerdergenoemde beroemdheden helemaal zelf.

Nuñez is op het gebied van wijnmaken autodidact en bezit een kleine ‘finca’ bij Trebujana met één hectare wijngaard. Eén hectare wijngaard lijkt niet veel, maar 10.000 vierkante meter aan wijnstokken betekent flink wat werk. Van die hectare haalt hij in totaal 1500 flessen wijn, wit, rood, zelfs amontillado (een sherry-soort) en ‘vinagre de Jerez’ (voor wie dat niet weet: een erg smakelijke azijnsoort op basis van sherry – vaak gewoon te koop bij je lokale supermarkt). 1500 flessen, dat is precies vijf vaten van 225 liter. In wijnland heet dat een erg lage opbrengst, maar dat is wellicht niet vreemd gezien het klimaat en het feit dat de grote gitarist alles zelf doet. Bij de pluk zal hij ongetwijfeld hulp hebben, maar medewerkers heeft hij niet in dienst.

Opvallend is dat Nuñez vooral witte maar ook rode wijn maakt. Opvallend, want er komt niet veel rode wijn uit Andalucía. De regio is te warm om wijn (anders dan sherry) te maken. De wijndruif houdt wel van zon, maar heeft ook verkoeling nodig, en voldoende water. In de sherryregio, die maar een klein stukje van Andalucía beslaat, valt redelijk wat regen per jaar (meer dan in de Rioja bijvoorbeeld), en dat water wordt vastgehouden door de kalksteenbodem. Daarbij komt dat de ligging relatief dicht bij de oceaan zorgt voor verkoelende wind. Het kan er nog steeds snikheet zijn, maar het is net koel en nat genoeg voor de palomino, de witte druif waar men (de meeste) sherry van maakt. Dat de palomino niet veel zuren ontwikkeld tijdens de groei is geen probleem, omdat het bijzondere productieproces van sherry een wijn oplevert die het niet zo zeer moet hebben van ‘mooie zuren’ (zuren spelen een grote rol in de kwaliteit van wijn) maar van zijn ziltige, strakdroge smaak. Strakdroog want er zit nauwelijks nog suiker in sherry. Omdat er weinig suiker inzit, zijn de zuren ook minder belangrijk om die suikers in toom te houden – ‘balans’ speelt een belangrijke rol bij de beoordeling van de kwaliteit van wijn. antonio-barbadillo-castillo-de-san-diegoAls je erg je best doet (en de wijn een beetje ‘aanzuurt’) kun je van de palomino ook een redelijk frisse, droge, fruitige witte wijn maken, zoals sherryhuis Barbadillo laat zien. Een wijn die best lekker is, goed gekoeld op een Sevillaans terras bijvoorbeeld.

Ook blauwe druiven hebben het niet gemakkelijk in een zeer warm gebied. Ook zij moeten voldoende zuren ontwikkelen tijdens de groeiperiode, zeker omdat al die zonuren zorgen voor veel suikers in de wijn – hier geldt wederom: balans tussen zuur en zoet is belangrijk. Blauwe druiven met weinig zuur geven rode wijn die soms wat gestoofd, gekookt of zelfs verbrand smaakt. Niet zo gek, want als het 40 graden is, hangen de druiven – net als mensen – te verbranden in de zon. Maar zoals gezegd, kent de regio Jerez verkoeling door zeewind, en is er voldoende water. Wie in het prille voorjaar – eigenlijk nog winter – naar het flamencofestival van Jerez reist, valt de grote hoeveelheid groen in het landschap tussen Sevilla en Jerez op. Het is hier minder droog en dor dan in de meeste delen van Andalucía, waar vooral de olijfboom groeit op kale akkers van keiharde klei, of waar bijna niks groeit in de (bijna) woestijn van de provincie Almería.

Dus wie zijn best doet, vooral door zorgvuldig te werken in de wijngaard, kan er goede rode wijn maken. Eén van de beste voorbeelden daarvan is bodega Huerta de Albalá die goede tot zeer goede rode wijnen maakt van verschillende druiven met een hoofdrol voor de syrah, een druif die het meestal goed doet in warme gebieden. De bodega ligt vlakbij Arcos de la Frontera, richting de bergen van Grazalema en vlakbij het stuwmeer van Bornos (zo’n watermassa geeft verkoeling). Hun Barbazul kom je vaak tegen in het betere restaurant van Jerez en omstreken.

Een ander uitzonderlijk voorbeeld is Bodegas Luis Pérez, net buiten de stad Jerez. Perez was ruim dertig jaar directeur R & D bij de grote sherrybodega Pedro Domecq én hoogleraar ‘Fermentaciones Industriales y Enología’ aan de universiteit van Cádiz. Omdat in de regio al drieduizend jaar blauwe druiven werden verbouwd, moest het mogelijk zijn om er rode wijn te maken, zo redeneerde hij. Pérez doet dat van druivensoorten als syrah, merlot, cabernet sauvignon, petit verdot en de lokale tintilla de Rota. En hoewel het klimaat er zomers zeer warm is, bieden voldoende regen, de geschiktheid van de bodem, zorgvuldig werken in de wijngaard met grote kennis van zaken, de kans om uitstekende wijnen te maken.

bodegas-luis-perez2
Bodegas Luis Pérez en una mañana de verano

Afgelopen zomer bezochten we de prachtig gelegen bodega van Pérez en kregen daar een kleine proeve van zijn kunnen. Indrukwekkend rode wijnen met alles er op en eraan, en een fijne rosé van de tintilla, met veel rijp fruit en een aangename ziltige (umami) toon. Voor zover ik kan nagaan zijn de wijnen van Pérez helaas niet in Nederland te koop. Een andere bijzondere wijn die hij maakt is een fino die, in tegenstelling tot de gebruikelijke procedure, niet met alcohol wordt versterkt. Helaas was toen wij er waren deze fino geheel uitverkocht en de nieuwe oogst nog niet klaar.

bodegas-luis-perez
Vaten bij Bodegas Luis Pérez

Ook Gerardo Nuñez verbouwt syrah. En op dit moment ook palomino, merlot en petit verdot. Zijn rode wijn ‘Jondo’ jaargang 2012 is gemaakt van syrah, tempranillo, merlot en cabernet sauvignon. Blijkbaar varieert en experimenteert hij met de druiven die hij gebruikt. Jondo is een verwijzing naar de ‘cante jondo’, ofwel ‘diepe zang’: de traditionele zangstijl van de flamenco.
jondo1De ‘Jondo’ heeft gerijpt in vaten van Amerikaans eiken. Het etiket vermeldt ‘roble’, wat volgens de officiële Spaanse wijnregels betekent dat de wijn korter dan zes maanden op hout heeft gelegen. Het hout is in ieder geval duidelijk te proeven in de wijn. Spanjaarden houden van Amerikaans eiken, dat meer vanillearoma afgeeft dan bijvoorbeeld Frans eiken. Klassieke rioja’s rijpen altijd op Amerikaans eiken. De Jondo 2012 ruikt naar rijp donker fruit (pruimen en bramen) met flink wat vanille en hout (denk aan sigarenkistjes en pas gezaagd hout). Deze aroma’s komen terug in de volle smaak, wat een teken van kwaliteit is. We proeven wat taninnes, die een droog gevoel in de mond geven. Misschien toch wat petit verdot in de wijn (die druif geeft tanninerijke wijnen) of is het tannine van jonge eikenhouten vaten die Nuñez gebruikt? De wijn heeft body, zoals dat heet, door de alcohol (14%) en door de nog aanwezige suiker. Die ‘body’ is niet zwaar, want de balans van de wijn is goed, dat wil zeggen, de wijn heeft goede zuren die ervoor zorgen dat je de wijn goed kan ‘doordrinken’.

‘El vino con más arte del mundo’, noemt Nuñez de wijn zelf op zijn Facebookpagina. We kunnen in ieder geval vaststellen dat Nuñez behalve voor muziek ook talent heeft voor wijnmaken. De rode ‘Jondo’ is lekker en de fles is snel op – altijd een goed teken. Veel kans om de wijn te drinken maak je echter niet, of je moet deelnemen aan de zomercursus die Nuñez ieder jaar samen met zijn vrouw, danseres Carmen Cortés, organiseert in hun woonplaats Sanlúcar de Barrameda. Nuñez schenkt (en verkoopt) de wijn tijdens de afsluitende avond bij hem thuis waar cursisten en docenten gezamenlijk een ‘paella de despedida’ eten.

gerardo-en-la-vina

Als hij tijd en geld heeft om wijngaard erbij te kopen, zou hij de productie kunnen opschroeven. De ‘Jondo’ kan zich meten met veel professioneel gemaakte wijnen. Daarvan zijn er echter in Spanje zeer veel, en om commercieel succes te hebben, moet je de wijn ook tegen een gunstige prijs kunnen aanbieden. Dat zou bij zo’n ‘eenmanswijn’ een probleem kunnen vormen. Als je alle gewerkte uren moet gaan doorbereken in die 1500 flessen… Maar Gerardo Nuñez is daar vooralsnog niet mee bezig. Misschien maar goed ook, want een carrièreswitch zie ik hem liever niet maken.

(Dit artikel is een bewerking van een eerdere versie die in 2016 werd gepubliceerd in Mundo Flamenco.)

Zure wijn

Eind november. Sinterklaas is in het land. Dus eerst komt pakjesavond (nee, ik ga hier niet over Piet beginnen). Hier en daar in de stad is al kerstverlichting te zien: sommigen richten zich blijkbaar liever op de kerstman dan op de Sint. Behalve rond de kerstman, draait het kerstfeest rond de geboorte van Jezus. Althans, dat is de oorspronkelijke betekenis van kerstmis. Voor velen is het tegenwoordig geen religieus feest meer. Toch ga ik er gemakshalve vanuit dat je weet wie Jezus was. Of in ieder geval dat hij, of je het leuk vindt of niet, flink wat invloed heeft gehad op de geschiedenis der mensheid. Hoe dan ook, in aanloop naar wat toch voor velen het belangrijkste feest van het jaar is- al is het alleen omdat dan het lekkerst (en het meest) gegeten en gedronken wordt – een stukje over wijn in de Bijbel. Het hoort eigenlijk meer bij Pasen, of beter gezegd Goede Vrijdag, maar omdat het zwaartepunt in de tekst meer ligt op wijn dan op christelijke aspecten, kan het best nu.

Lees verder “Zure wijn”